India is een land in Azië. India grenst aan Pakistan, China
(Tibet), Nepal, Bhutan, Myanmar en Bangladesh. India is in 1947 onafhankelijk
geworden van het Verenigd Koninkrijk. De hoofdstad van India is New Delhi.
Andere grote plaatsen zijn: Mumbai (het oude Bombay), Calcutta, Delhi, Madras,
Bangalore en Ahmadabad. Het is qua oppervlakte het op zes na grootste land ter
wereld met een totale oppervlakte van 3.287.263 km². Het op een na hoogste bevolkingsaantal ter
wereld (16,8 procent van de wereldbevolking). In de periode 1991-2001 bedroeg
de bevolkingsgroei gemiddeld 1,95 procent per jaar. Met een dichtheid van 324
inwoners per km2 (2001) is het land ook een van de dichtstbevolkte landen ter
wereld. Grote delen van het land zijn overbevolkt. Het land heeft een doorsnede
van 3214 km van noord naar en zuid en 2993 km van oost naar west. De totale
landgrenzen van India bedragen 14.103 km en de kustlijn bedraagt 7517 km.
|
|
Oppervlakte: 3.287.263 km²
Hoofdstad: New Delhi
Inwoneraantal: 1.166.079.000 inwoners (2009)
Regeringsvorm: Federale republiek
Officiële landstaal: Hindi (primair), Engels (geassocieerd) en nog 21 kleinere
officiële talen zoals Bengaals, Assamees, Nepalees, Sanskriet en Tamil
Religie: Hindoeïsme (80%),
Islam (13%), Christendom (2%), Sikhisme (2%)
Munteenheid: Indiase roepie
|
Economische ontwikkeling,
Is een constante race tegen de bevolkingsgroei. Het in de hand houden van de
bevolkingsomvang is voor de Indiase overheid dan ook een brandend vraagstuk. De
bevolkingsdichtheid varieert sterk van gebied tot gebied. De grootste dichtheid
vindt men in de rijstteeltgebieden. Uit cijfers van de laatste volkstelling
(2001) blijkt dat de verschillen tussen de deelstaten nog toenemen. Het zuiden
scoort wat betreft geboorte-beperking aanzienlijk beter dan het noorden (Kerala
met een gemiddelde groei van 0,9 procent over de laatste tien jaar tegenover
Bihar met een toename in dezelfde periode tot 2,43 procent per jaar). India
kent een mannenoverschot: 51,7 procent van de bevolking is man, 48,3 procent
vrouw. Verreweg het grootste aantal Indiërs woont nog op het platteland (72,2
procent). In 2001 maakte de beroepsbevolking 39,3 procent van de totale
bevolking uit.
|
|
Tamil Nadu (தமிழ் நாடு, "Het land van de Tamils")
Oppervlakte: 130.058
km²
Bevolking: 62.405.679
Aantal per km²: 479.8
Hoofdstad: Madras
Voornaamste talen: Hindi, Tamil
Districten: 30
De deelstaat Tamil Nadu is gelegen aan de zuidoostkant van het Indiase
schiereiland. Het beslaat een gebied van 130.000 km² en heeft een
bevolkingsaantal van 48.408.077. De officiële taal is het Tamil, een van de
oudste klassieke talen van het subcontinent. De cultuur is meer dan 5000 jaar
oud en komt nog steeds tot uiting in een levenswijze met diepgewortelde
tradities. Eeuwenlang gevrijwaard gebleven van vreemde overheersing,
stimuleerden de verschillende dynastieën, vooral die van Pallava, Pandya en
Chola, de ontwikkeling van klassieke muziek en dans, het beeldhouwen en de
literatuur die alle een hoog niveau bereikten. In Tamil Nadu ziet men de
beeldhouwkunst op het hoogtepunt van zijn roem in de vele tempelsteden waarvan
een aantal als bedevaartsoord bekend zijn. Met de komst van de British East
India Company in het midden van de 17e eeuw, verwierf Tamil Nadu een koloniale
erfenis die nog steeds duidelijk zichtbaar is in Madras en in de schitterende
buitenplaatsen in de heuvels.
|
  |
|
De bevolking is buitengewoon gevarieerd, niet zozeer wat
betreft etnische afkomst, als wel naar taal of dialect. De talen in het noorden
van India behoren voornamelijk tot het Indo-Arisch, waarvan het Hindi de
belangrijkste is (42,2 procent van de totale bevolking spreekt het). Dit wordt
voornamelijk gesproken in de deelstaten Rajasthan, Haryana, Punjab, Himachal
Pradesh, Uttar Pradesh, Bihar en Madhya Pradesh.
In Zuid-India behoren de verschillende talen tot een geheel
andere groep: het Dravidisch. Ze worden voornamelijk gesproken in de deelstaten
Tamil Nadu (Tamil), Kerala (Malayalam), Andhra Pradesh (Telugu) en Karnataka
(Kannada).Daarnaast wordt door een aantal stammen in de landelijke gebieden een
veelheid van talen gesproken, zoals het Tibetaans (voornamelijk in het
Himalayagebied). Het Engels is de belangrijkste taal voor gebruik in nationaal,
politiek en commercieel kader. In totaal worden in India ongeveer 850 talen
gesproken. Volgens de grondwet zijn er negentien officiële talen in
India. In werkelijkheid zijn er méér dan duizend talen. In het parlement wordt
Engels gesproken. Dat wil zeggen dat iedere Indiër die hogerop wilt, Engels
moet leren spreken.
|
|
Een bijzonder fenomeen binnen de Indiase maatschappij,
is de
verdeling van de bevolking in zogenaamde kasten . Men wordt door geboorte als
het ware ‘veroordeeld’ tot een bepaalde kaste. Status en beroep worden hierdoor
feitelijk bepaald.
|
|
De meest voorkomende godsdiensten zijn:
hindoeïsme (83
procent), islam (11 procent), christendom (2,3 procent), sikhisme (1,9
procent), boeddhisme (0,8 procent) en jainisme (0,4 procent). Er bestaat
dikwijls een verband tussen politieke fricties en spanningen tussen religieuze
groeperingen, vooral tussen hindoes en moslims in het noorden (waarbij niet
altijd even duidelijk is wat oorzaak is, wat gevolg). Een eigenaardigheid van
de Indiase samenleving is verder nog dat veel waarde wordt toegekend aan
astrologische berekeningen. Ook bij zakelijke en politieke beslissingen kan dit
een rol spelen.
|
|
Zuid India heeft een tropisch klimaat,
en kan je het beste
bezoeken van september tot maart. De verschillen in temperatuur zijn door het
jaar heen niet zo groot. April en mei zijn de heetste maanden. De belangrijkste
factor die bepalend is voor de beste reistijd in Zuid-India is de moesson. De
hevige zuid-west moesson duurt van juni tot en met september. De regenval langs
de westkust van het schiereiland neemt in deze periode af naarmate deze moesson
over het Deccan-plateau naar het oosten toe wegtrekt. De noord-oost moesson is
beduidend korter en treft met name de oostkust. Vooral in november en het begin
van december valt daar dan veel regen.
|
|
Heilige dieren,
Nandi de heilige koe in India staat bekend als het land van de heilige
dieren. Toch is deze heiligheid in de praktijk van alledag een voor
buitenstaanders moeilijk te vatten concept. Waar een dier in de ene context
wordt gezien als heilig, verliest het in een andere elke aanspraak op respect.
Net als voor veel binnen het hindoeïsme, luidt ook hier het sleutelwoord tot
een begin van inzicht: alles is relatief. Overal in India liggen de koeien
midden op de weg. Rustig herkauwend, terwijl steeds meer verkeer langs raast,
met steeds hogere snelheden. Iedereen weet dat koeien tot de heiligste dieren
van India behoren. Volgens een oude legende was de koe Su-rabhi, moeder van
alle koeien, een van de schatten die uit de kosmische oceaan werden gekamd.
Haar pangavya of ‘vijf producten’ - melk, yoghurt, boter, mest en urine
-bezaten een zeer zuiverend vermogen.
Vrouwen vangen soms de urine van het dier op om het te
drinken als medicijn. De mest wordt opgevangen om te dienen als brandstof. Toch
heeft de koe geen eigen tempels. Ze wordt op straat vereerd vanwege zichzelf.
In het zuiden van India doet ze dienst als waarzegster - bekleed met fraaie
kleden en haar horens beschilderd en versierd met koperen dopjes. Het aantal
keren en de manier waarop ze haar kop schudt, onthullen de toekomst. In het
noorden krijgt ze bij festivals bloemenslingers omgehangen en steken mensen
bloemen in haar heilige openingen, overigens niet altijd tot onverdeeld
genoegen van het dier. In India zijn een aantal diersoorten heilig, omdat zij
een rol spelen in het hindoeïsme. Heilige dieren voor de hindoes zijn o.a. de
koe, de rat, de aap, de slang en de stier.
|
|
|